Vrijdag 17 mei. Een dag waar ik lang naar uitgekeken had. Daaf was met zijn
moeder in het vliegtuig gestapt naar het zinderende New York, dus ik had het
rijk in Zürich
alleen en zou samen met Maranthe de stad een Pinksterweekend lang onveilig gaan
maken. Na bijna acht maanden van sporadisch contact zou ik nu eindelijk weer
eens achtentachtig ongestoorde uren doorbrengen met mijn beste vriendinnetje en
vullen met rode wijn, chocolade, meidengeklets en gegiechel. Heerlijk. Alle
fondsen waren aangesproken om onze hereniging in Zürich onvergetelijk te maken, dus
gewapend met een blikje vol briefjes haalde ik haar vrijdag 17 mei om 23.00
van het vliegveld. Het feest kon beginnen! En wat voor een feest…
We begonnen rustig met de voorspelbare Lindt-chocolade, een fles rode wijn en
een heleboel bij te kletsen. Toen de kerkklok twee uur sloeg besloten we ons op te
rollen in het schone bedje om de volgende dag fris en fruitig Zürich
te verkennen.
Terwijl Mar nog in haar diepe eeuwige slaap verkeerde stond ik op zodra ik wakker was en begroette het Zürichse zonnetje. Ondanks alle doemvoorspellingen was de lucht vandaag strak blauw en scheen de zon alsof hij iets in te halen had (en dat was ook zo). Ontbijt op ons dakterras was het allerbeste begin denkbaar, waarna we ons in zomerse outfitjes op de straten van Zürich begaven. Op eigen houtje ditmaal leidde ik Mar rond door de stad die er zo vredig bij lag in het hemelse zonnetje. De bloemen bloeiden volop, het meer was gevuld met activiteit, de terrasjes zaten vol en overal was het druk en gezellig. Zürich liet zichzelf van haar beste kant zien vandaag en daar waren we dankbaar voor.
Terwijl Mar nog in haar diepe eeuwige slaap verkeerde stond ik op zodra ik wakker was en begroette het Zürichse zonnetje. Ondanks alle doemvoorspellingen was de lucht vandaag strak blauw en scheen de zon alsof hij iets in te halen had (en dat was ook zo). Ontbijt op ons dakterras was het allerbeste begin denkbaar, waarna we ons in zomerse outfitjes op de straten van Zürich begaven. Op eigen houtje ditmaal leidde ik Mar rond door de stad die er zo vredig bij lag in het hemelse zonnetje. De bloemen bloeiden volop, het meer was gevuld met activiteit, de terrasjes zaten vol en overal was het druk en gezellig. Zürich liet zichzelf van haar beste kant zien vandaag en daar waren we dankbaar voor.
Toen we alles gezien hadden, de Neu Markt, de Niederstrasse, de kerk met de
twee torens, de Limmatquai, het meer, de brug, de Bahnhofstrasse, de
Augustinergasse en het Lindenhof, was mijn stadswandeling afgelopen en besloten
we ons als echte toeristen op de boot over het meer te laten varen. We
veroverden een plekje op het voordek in de zon en hadden zo een eersterangs
uitzicht over de kust van het meer die aan de rechterzijde gevuld was met
schattige arbeidershuisjes en kerken en aan de linkerzijde met kasten van
huizen en decadente terrassen en tuinen. De Zurisee zelf was gevuld met zeilers
en trapbootjes, het was een drukte van jewelste en enkele dappere kinderen
waagden zelfs een duik in het ijskoude smeltwater. Mar en mij niet gezien
natuurlijk, wij waren tevreden met onze zonnige uitgangspositie en het kleurtje
dat we opdeden.
Na deze culturele activiteiten was het tijd voor de borrel. De zon scheen al
ruim vijf uur op ons hoofd en wij hadden nog geen druppel gedronken dus we
waren niet van plan ons nog langer in te houden. Achter het station langs en
door het park dat gevuld was met spelende kinderen en picknickende ouders
liepen we richting het industrieterrein waar Frau Gerolds Garten de
gezelligheid verzorgde. Het festivalachtige terrein dat bestond uit op elkaar
gestapelde bouwkeets, houten tafels, zitzakken, circuslampjes en kratten om op
te zitten was gevuld met een bijzondere mix aan vrolijke mensen die in grote
getale genoten van Spritz Aperol en flesjes Corona. Mar en ik wachtten niet
langer, haalden onze drankjes en zochten een plekje op de bovenste keet. Hier
vandaan hadden we een vrij uitzicht over het spoorwegennetwerk en zo konden we
alle in- en uitgaande treinen nauwlettend in de gaten houden. Een origineel
perspectief.
Een aantal drankjes later begon de wind op de steken en verschool de zon zich
koppig achter een grote lelijke wolk. We verplaatsen ons en vonden een fijn
hoekje op de zitzakken een keet lager. Hier zaten we uit de wind en hadden een
nieuw uitzicht over het feestterrein. We raakten in gesprek met een groep
jongens met rare hoofddeksels uit Lausanne die dit weekend het vrijgezellefeest
van hun vriend vierden. De arme jongen probeerde de hele middag al Zwitserse
dames te overtuigen hem hun BH te lenen zodat hij deze even kon dragen en weer
een van zijn debiele opdrachten kon afstrepen. Dit was voor ons de uitgelezen kans
om te bewijzen dat Nederlanders veel minder suf zijn dan Zwitsersen, dus een
minuut later had ik als een goochelaar mijn BH onder mijn shirtje vandaan
getoverd. Een scala aan gratis drankjes en shotjes maakten het wiebelige gevoel
dat ik een kwartier lang moest ondergaan meer dan goed.
Rozig van de zon en de alcohol kwamen we om 22.00 weer thuis. Ons overmoedige
plan was om nog te gaan stappen, maar toen een ‘power-nap’ een vier uur durende
slaap werd gaven we het op. En zo was het alweer zondag, de dag waarop alle
zichzelf respecterende Zurinaren een uitgebreide brunch genieten in een van de
vele restaurants. Aangezien ons weekend al overliep van de horeca-bezoekjes had
ik besloten deze brunch zelf te verzorgen en zo vulde ik ons tafeltje met broodjes
met ei, croissantjes, aardbeien, American pancakes en muffins. Hoeveel lawaai
ik ook met de borden en glazen maakte, hoe hard de theekoker ook borrelde, Mar
haar eeuwige slaap was onverstoorbaar, zodat ik uiteindelijk de prinses op de
erwt maar weer moest wakker schudden. We smulden van alle lekkernijen net zo
lang tot we zeker wisten dat we vanavond pas weer honger zouden hebben.
Voor de zondag had ik een echt damesprogramma in petto: een bezoekje aan het
spa. Hier bubbelden en stoomden we de rest van de middag en genoten van het
magere zonnetje en het uitzicht vanuit het dakzwembad. Helemaal schoon en zacht
wandelden we terug naar huis waar Mar zich een uurtje op de nodige studie
stortte, het kon natuurlijk niet alleen maar feest zijn. De avond brachten we
door met asperges-à-la-Isabel, Movenpick chocolade ijs en tegen wil en dank ‘The
Great Mr Gatsby’ uit 1974, dat heb je als je niet zeker weet wat je download.
Na deze vrolijke film vol traag feestspektakel hadden we zelf ook zin om met de
voetjes van de vloer te gaan en aangezien het Pinksterzondag was hadden we
goede hoop dat het gezellig zou zijn in de stad. We trokken onze baljurk aan en
begaven ons naar het beruchte HILTL waar de rij al om de hoek stond. Het was
nog even spannend toen bleek dat meisjes van drieëntwintig zichzelf ook moesten
legitimeren, maar uiteindelijk werden we verwelkomt en hadden niet veel later
ons eerste glaasje prosecco gescoord. Met gemengde gevoelens bekeken we alle
rijke snuiters die aan de rand van de club tafeltjes vol champagne en wodka
hadden gehuurd. Hier zaten ze in hun eigen gezelschap de mensen op de dansvloer
te bekijken en te keuren. Alsof het zo moest zijn duurde het maar even voordat
de eerste twee glazen champagne onze kant op kwamen en we uitgenodigd werden
ons bij een van de tafeltjes aan te sluiten. Het was open bar dus we mochten
pakken wat we wilden en feestten erop los.
De eenzame dertigers die wij gezelschap hielden hadden al gauw door dat het
eenrichtingsverkeer zou blijven dus toen de flessen leeg waren en ze de kans
kregen waren ze ongezien vertrokken. Niet dat het ons iets kon schelen want wij
hadden ons ultieme lolletje allang gehad en verlieten de club met onze zak vol
met visitekaartjes en gratis-drankbonnetjes van andere interessante figuren die
we gesproken hadden. Het enige wat je daarvoor nodig scheen te hebben was twee
paar lange blonde haren.
En zo was het maandag en begon ik mijn dag met een goed uur hardlopen terwijl
Mar haar eeuwige slaap genoot. Toen ik al lang weer terug was en gedoucht had
opende ze voorzichtig haar ogen zodat we konden beginnen aan het plan van die
dag. Met de koddige Dolderbahn zoefden we omhoog naar de top van de berg waar
het schitterende Eftelingachtige Dolderhotel zich bevond. Het was precies warm
genoeg om een kopje koffie te drinken op het terras met uitzicht over onze
Zurisee.
Na dit koffieuurtje wandelden we door de stijle weggetjes naar
beneden, terug naar huis waar Mar zich weer even op de studie stortte. Niet te
lang want ik zou mezelf niet zijn als ik geen heel feestelijk
laatste-avond-programma bedacht zou hebben. Opgedoft in zwarte jurkjes troonde
ik Mar mee naar het mooie Clouds waar we op deze heldere dag vanaf de bovenste
verdieping opnieuw een waanzinnig uitzicht hadden over de stad. We veroverden
een plekje bij het raam en genoten van onze verfijnde ‘Hugo’ een ander Zürichs
drankje dat Mar niet mocht missen. Op dit knusse moment greep ik mijn kans om
Mar het cadeautje te geven dat al lang op haar had liggen wachten in mijn laadje:
twee identieke zilveren armbandjes met een klavertje vier. Zo waren we altijd
verbonden en kon het geluk ons niet meer missen.
Dat we het geluk nu om onze beider pols hadden hangen werd die avond gelijk
duidelijk. We aten in restaurant LaSalle waar ik met Daaf, mama en papa al een
onvergetelijke avond had beleefd met een fles unieke Amarone wijn. De Griekse
manager van het restaurant was dit ook niet vergeten en verwelkomde ons dus
grappend dat hij de Amarone vast klaar ging zetten. Ik verzekerde hem dat we
dat (ondanks onze vele fondsen) niet konden betalen, waarna hij mededeelde dat
er wel iets te regelen viel. En zo kregen we even later voor minder dan de
halve prijs een goddelijk fles Amarone op tafel en vele zouden er volgen. Zodra
de laatste gast het restaurant verlaten had kwam de Griek namelijk bij ons
zitten en opende fles na fles totdat ook al zijn personeel vertrokken was en we
met z’n drieën genoten van het lege restaurant, muziek en veel te lekkere wijn.
Met mijn benevelde hoofd was ik toch nog in staat een lift naar huis te
versieren en zo werden we om twee uur ‘s nachts aan het begin van onze straat
afgezet na een avondje luxueus genieten.
Vanzelfsprekend brachten we de dinsdag rustig door zonder al te veel te bewegen.
We dronken liters thee en keken een flauwe film op bed: ‘Alleen maar nette
mensen’, perfect vermaak voor ‘the morning after’. En toen waren de laatste
uren van Mar haar bezoek aangebroken. Ik liet haar nog even de universiteit
zien en gaf haar de kans een bezoekje te brengen aan Chagall in het Kunsthaus
terwijl ik mijn lege koelkast bijvulde. Ik bracht haar naar het treinstation,
bijna tot aan de trein, waar ik haar een ongelofelijk dikke knuffel gaf. Wat
een weekend hadden we gehad, we hadden echt geleefd als God in Zürich.
We hadden alles gedaan wat ons hartje begeerde en iedere fantasie waargemaakt.
Dit was Zürich
en vriendschap op z’n best.